Met onze eigen benen

Het is allemaal vrij simpel. Je begint bij punt A, fietst de hele godganse dag en vervolgens kom je uit bij punt B. Waar punt A en B zich precies bevinden maakt niet zoveel uit. Of dit nu Amerika, Amsterdam of Azië is. Op elke straathoek is een verhaal te vinden. Elke stad heeft zijn eigen karakter. Elke weg zijn eigen reis. Fietsen brengt avontuur met zich mee, en daar heb je alleen je eigen paar benen bij nodig.

We gaan even een stukje terug in de tijd. Het is septemeber 2018. De herfst doet zijn intrede, voor wielerfanaten de laatste kans om de laatste kilometers in je korte broek te kunnen maken voordat de koude winter komt. Hoe kun je dit nu beter doen dan een mooie trip richting het zuiden. Ik neem je mee op een biketrip door het grijze duitsland, de stille Eiffel en het welkome Luxemburg.

De tijd in Nederland lijkt altijd sneller te gaan.
Alles is gepland en alles moet.

Etappe 1: Varsseveld – Wesel

Een vriend maakte mij er nog bewust van deze week. Nederland is een apart land. We zijn een strevend volkje. Constant bezig met plannen, alles vastleggen. Waar staan we over drie, vier, vijf jaar? Vandaag zal het beter zijn dan gisteren. Maar op deze donderdag wilde ik daar even aan ontsnappen.

Het is iets voor zevenen in de avond. Mijn vriendin en ik drukken de laatste spullen in de zijvakken van onze tassen. We trekken onze fietsschoenen aan en controleren een keer of vijf of alles wel mee is. Ook al heb ik al minimaal de helft van de spullen thuisgelaten, nog steeds bulken onze tassen van spullen die we hoogstwaarschijnlijk toch niet gaan gebruiken. Ach, dan werd het een mooie training zal ik maar zeggen.

Een korte rit van slechts 40 kilometer wacht ons op. Vandaag zou de gemakkelijkste dag worden van allemaal. De camping hadden we van tevoren al bepaald, het enige dat we hoefden te doen was het lijntje volgen dat onze GPS op het scherm tevoorschijn toverde.

De eerste kilometers met baggage waren wat onwennig, maar al snel vergeet ik alle kilo’s die ik meesleep en richt ik mijn blik op oneindig. Mijn vriendin zet zich in mijn wiel en samen zetten we onze reis richting het zuiden in, onwetend wat we tegen gaan komen en waar we met onze fietsen belanden. Misschien wel een metafoor voor onze reis, ooit zijn we ergens begonnen maar god mag weten waar we uit gaan komen.

Etappe 2: Wesel – Rurberg

Het beste aan Duitsland vind ik nog steeds de Duitse Broodjes, vooral wanneer je een zware en lange dag op de fiets voor de boeg hebt. We vertrekken al vroeg in de morgen en we volgen de Rijn richting het zuiden. Wanneer de broodjes ingedaald zijn stoppen we in Dusseldorf voor een onvervalste Duitse slootwaterkoffie waarmee we door de laatste kilometers van het Ruhrgebied ploeteren. 

We laten de troosteloze steden achter ons en al snel rijden we richting de Eiffel. We ruilen de grijze massa in voor eindeloze gestrekte wegen langs verlaten weilanden. De vlakke fietspaden veranderen in glooiende landwegen die steeds steiler en steiler worden. 

De toppen lijken eeuwig ver weg en langzaam wordt de kracht uit onze benen gezogen. Wanneer de windmolens boven de toppen opduiken weet je dat je bijna boven bent. Niets is mooier dan kilometers uit kunnen kijken boven alle toppen uit. We dalen af richting het Ruhrmeer en gaan op zoek naar een camping in het dal.

Na het vinden van een geschikte camping komen we er achter dat er in dit deel van Duitslang geen supermarkten meer geopend zijn na 18:00u. We worden dan ook gedwongen om te eten in een nabijgelegen hotel. Net voor het sluiten van de keuken weten we nog een degelijke Duitse maaltijd te bemachtigen en kunnen we met een verse schnitzel in de maag ons opblaasbedje opzoeken.

Etappe 3: Rurberg – Clervaux

Het heeft de hele nacht geregend en wanneer we onze spullen willen pakken komt er nog een bui over de tent trekken. De spatten zijn duidelijk hoorbaar op het strak getrokken tentdoek. We draaien ons nog maar eens om.

Enkele uren later en enigzins vermoeid pakken we onze spullen en vervolgen we onze weg naar het zuiden. We besluiten dat Clervaux onze volgende thuisbasis zou worden. Via eensteile klim rijden we de camping af en zetten we koers richting Luxemburg.

Al snel komen we terecht op één van de mooiste paden die de Eiffel te bieden heeft, een prachtig fietspad dat ons, gedeeltelijk off-road, naar Monschau leidt. Een steile klim vergt het uiterste van ons én ons materiaal. Een afdaling vol met rotsen en losliggende stenen bezorgt ons de tweede lekke band van de dag, maar na een snelle pitstop rollen we het historische centrum van Monschau binnen en was alle ellende al snel vergeten.

Na een zonovergoten coffee-stop vervolgen we onze weg over de Vennbahn. De oude spoorweg dient tegenwoordig als fietspad en loopt van de Eiffel tot aan het Noorden van Luxemburg. De kilometers over het vals platte asfalt gaan snel voorbij en voordat we er erg in hebben arriveren we bij de Luxemburgse grens.

Het is nog een paar kilometer richting de camping aan de rand van Clervaux wanneer de zon achter de Luxemburgse heuvels begint te zakken. Net wanneer we écht het gevoel hadden ver van huis te zijn komen we aangereden op de camping waar de eigenaar ons in perfect Nederlands te woord staat. Die Nederlanders zitten ook overal…..

Etappe 4: Clervaux – Landgraaf

Al bibberend verlaten we de camping in alle vroegte. Het is nog koud en stil wanneer we door het centrum van het stadje fietsen. We stoppen bij een lokaal bakkertje dat al vroeg zijn deuren heeft geopend. We worden gelokt door de geur van vers brood en koffiebonen. Met een kruising tussen Nederland, Duits en Frans weet ik het vrouwtje achter de balie duidelijk te maken welk broodje we willen.

De dag begon zo perfect maar wanneer we, met het verse brood in onze rugtas, de Belgische Ardennen binnenrijden en de eerste heuvels opdoemen begeeft de accu van mijn schakelapparaat het. Als zelfs een MacGyver oplaad-truc niets uithaalt besluit ik de laatste kilometers ‘singlespeed’ af te leggen.

Met de enkele versnelling hobbel ik over de spitse toppen van de Belgische Ardennen naar de Nederlandse grens. Wanneer we het bord van de Nederlandse grens tegemoet rijden bekruipt ons een naar gevoel. Aan de ene kant blij dat we weer bijna in ons eigen bed mogen slapen, aan de andere kant waren we net lekker onderweg en zou het eigenlijk nog wel even mogen duren.

Etappe 5: Landgraaf – Varsseveld

Tijdens de laatste avond in ons tentje zoemde dat ene zinnetje weer door mijn hoofd. “Nederland, dat is een apart landje hoor.”

Het is gek hoe snel je aan de simpelheid van geluk kan wennen. Een fiets, een lange, lege weg en goed gezelschap. Veel simpeler kan het eigenlijk niet. Alles lijkt veel makkelijker wanneer je op reis bent met je fiets. Je hoeft je geen zorgen te maken over wat er morgen gaat komen. Als het vandaag niet lukt, dan doen proberen we het morgen gewoon nog een keer! Er is namelijk niemand die verwacht dat je er gisteren al was. 

Het enige waar je onderweg tijd voor hebt is eten en voor jezelf zorgen. Want wie als fietser voor zichzelf zorgt verzekert zich er van dat de motor voor altijd zal blijven draaien. Hoe ver het doel ook nog verwijdert lijkt. Hoe lang de motor ook nog zal moeten branden. Wanneer de tank groot genoeg is, de mindset vastberaden is en het doel duidelijk dan zal de fietser deze altijd bereiken. Ongeacht wat er op zijn pad komt. 

Natuurlijk kom je altijd tegenslagen tegen, zijn er dagen dat het regent. Dat weet je op het moment dat je thuis vertrekt. Ook wij wisten dat. Maar wat wij op deze trip ook hebben geleerd is dat zolang je maar blijft trappen je over komt. Dus dat deze wij, we trapten. Kilometers, uren, dagen lang. Met onze benen. We trapten, met onze eigen benen.

Wouter